|
Nabewerken
Condacam biedt
een breed spectrum van bewerkingsmethiden voor 3D nabewerken. Dusdanig,
dat elk denkbaar bewerkingsproblematiek met effectieve
gereedschapsbanen opgelost kan worden. Tot de 3D-nabewerk strategieën
behoren de volgende types:
Z-Vlak-voorbewerken
Contourparallel-Nabewerken
Offset-Nabewerken
Kanten-Offset-Nabewerken
Circulair Nabewerken
Cirkelspiraal-Nabewerken
Rechthoekspiraal-Nabewerken
Compleetnabewerken
Nabewerken vlakke oppervlakken
Uitkameren-Nabewerken
Contour-Projecteren
Tussen twee curven bewerken
Kantenbewerking
Restmateriaal-Nabewerken
Nieuw in Condacam
1.2 is “Compleetnabewerken“. Het Compleetnabewerken kan als
een allroundstrategie in een breed spectrum toegepast worden. Compleetnabewerken
richt zich op een begrenzingshoek die virtueel het model in vlakke en
steile bereiken onderverdeelt. De vlakke bereiken worden dan met een
andere strategie bewerkt dan de steile bereiken. Door dit procédé lukt
het om met een optimale aanpassing per werkstukvorm te maken.
Gelijktijdig zullen de bewrrkingstijden minder zijn en de kwaliteit van
de oppervlakken beter zijn. Het is echter ook mogelijk los van elkaar
deze bereikente bewerken.
steile
bereiken
vlakke bereiken
Complete bewerking
 
Z-Vlak-Nabewerken
Contourparallel-Nabewerken
Offset-Nabewerken
 
Kanten-Offset-Nabewerken
Cirkelspiraal-Nabewerken
Rechthoek-Nabewerken
 
De Strategie “Restmateriaal-Nabewerken”
is voor er om het restmateriaal die na de nabewerking van oppervlakken
nog aanwezig is, te verwijderen. Bereiken die door de grootte van het
gereedschap niet bewerkt konden worden, worden automatisch met deze
optie nabewerkt met uiteraard een kleiner gereedschap. De gebieden
worden dan automatisch herkend, en met een nafrees-strategie bewerkt.
Een ook zeer
nuttige en intelligente strategie is de “Kanten bewerken”.
De “Kanten
bewerken” wordt ook toegepast op het restmateriaal wat is blijven
staan na voorgaande bewerkingen. Hiermee worden spleten, hoeken,
gleuven als zowel overgebleven restmateriaal nabewerkt, om een “strak”
eindresultaat te krijgen. De “Kanten” worden automatisch
herkend en er worden dan nafreesbanen voor gegenereerd.
 
Bewerkingen voor voor- en nabewerkingen kunnen middels
begrenzingscontouren ingeperkt worden.
Deze begrenzingscontouren kunnen uit een DXF-bestand komen, uit
“Kanten extraheren” of met
tekenfuncties, waarmee lijnen,polylijnen cirkels etc gemaakt
worden, getekend worden. Het voorbeeld laat een as-parallelle
nabewerking zien, die door een begrenzingscontour ingeperkt is. Het
contour werd via een DXF-bestand ingelezen en geselecteerd voordat de
nabewerking uitgevoerd werd.
 
Begrenzingen kunnen met de functie “Kanten extraheren”
automatisch getraceerd worden. De kanten van de vlakken worden dan als
polylijn geëxtraheerd.

Begrenzing kunnen dus ook met de beschikbare tekenfuncties gedefineerd
worden. In Onderstaand voorbeeld is een begrenzing te zien die is gemaakt
met tekenfuncties.

Logischerwijs wordt een contour die zich geheel binnen een ander
contour bevindt als een eiland gezien en vindt derhalve daar weer binnen geen bewerking plaats
Een andere nabewerkingsfunctie is “Contour-projecteren”.
Hier wordt een willekeurig contour in DXF-formaat ingelezen of zelf
getekend. Nadat deze op de gewenste positie t.o.v. het model is
geplaatst kan het contour op het model geprojecteerd worden.
 
Bij het vervaardigen van modellen kan ook de optie
“Uitkameren-nabewerken” toegepast worden. Deze
bewerkingsstrategie is zeer geschikt bij het programmeren van een
vorm-holte resp. matrijsdeel. De bereiken moeten dan begrensd worden
met begrenzingscontouren en een start Z-waarde.

Nog een voorbeeld
van “Uitkameren“ is het programmeren van een motorblok. Met
de funktie “Kanten extraheren” zijn de begrenzingen
waarbinnen de bewerking plaatsvindt vastgelegd.

Tot de strategieën voor nabewerken en verfijning behoort bijvoorbeeld
ede funktie “Nabewerken vlakke oppervlakken”.
Condacam maakt door het ingeven een begrenzingshoek een onderscheid
tussen steile en vlakke oppervlakken. De vlakke oppervlakken kunnen dan
met andere voorwaarden nagefreesd dan de steilere oppervlakken.
  
Het is mogelijk om een bewerking te definiëren tussen twee contouren met
” Tussen twee curven bewerken”. Er kan dan bijvoorbeeld
slechts een klein stuk van het model bewerkt worden(zie voorbeeld
hieronder). Bijkomend voordeel hierbij is dat er maar één keer een in-
en uitloop beweging plaatsvindt, wat de aftekening op het eindresultaat
beperkt of zelfs weglaat.
 
Nog twee
voorbeelden van deze funktie: Cilinderkop-kanalen worden nagefreesd en
een vorm gedefinieerd tussen twee gesloten contouren.
 
|